De weg naar de gemeente

De gemeente Leiden kent haar burgers niet goed, en burgers voelen zich niet gehoord. Dat zijn de onderliggende redenen om in januari de L750 te organiseren. Is de kloof tussen burgers en gemeente echt zo groot? Wij zochten uit welke mogelijkheden ouderen nu al hebben om in contact te komen met de gemeente. 

Burgerparticipatie staat al lange tijd op de gemeentelijke agenda, en dit jaar deed de rekenkamercommissie onderzoek naar de status ervan in Leiden. Het gaat de goede richting op, stond te lezen in het onderzoeksrapport, maar daar moeten wel een aantal kanttekeningen bij worden gemaakt. “De situatie was voorheen ook wel heel slecht,” vertelt Chrétien Sarton van KplusV, die meewerkte aan het onderzoeksrapport.

De commissie moest concluderen dat er in ieder geval vaak genoeg inspraakavonden werden georganiseerd en de gemeente goed haar best doet om burgers te bereiken. Of die middelen ook afdoende zijn om ouderen te betrekken bij de buurt, weet Sarton niet te vertellen. “Ons onderzoek was heel breed, we weten niet of ouderen specifiek tegen moeilijkheden aanlopen.”

Doelgroepenbeleid

Dat uitzoeken blijkt niet gemakkelijk, want binnen de gemeente is er niet één hoofdverantwoordelijke voor burgerparticipatie. Dat is dan ook één van de knelpunten die het onderzoeksrapport aan het licht bracht. Sarton: “Niemand gaat erover, burgerparticipatie wordt steeds ondergebracht bij de verschillende beleidsterreinen, maar daardoor is er geen centraal aanspreekpunt.” Het informeren van burgers lijkt dus belangrijk gevonden te worden, maar wie erover gaat, is niet duidelijk. 

Informatie over beleid rond burgerparticipatie is bij de gemeente dus moeilijk te achterhalen, maar er zijn wel instanties die de gemeente adviseren over hun gesprekken met burgers. Een belangrijke instantie daarin is de WMO adviesraad van Leiden. Niet alleen ouderen, maar ook andere groepen die een afstand ervaren tot de gemeente worden door hen vertegenwoordigd. Yasemin Tel van de WMO adviesraad vertelt over het “doelgroepenbeleid” dat zij voorstellen: “Als er iets verandert in de buurt, wordt de hele buurt opgeroepen om mee te praten. Dat gebeurt vaak via formulieren, of via internetsites. Bij het doelgroepenbeleid wordt specifiek gekeken naar de afzonderlijke situaties van buurtbewoners.” Voor ouderen in de wijk zou dan bijvoorbeeld gekozen kunnen worden om de informatie deur aan deur te komen vertellen, of hen telefonisch te informeren. Volgens Tel is de gemeente hiermee bezig.

Sociale wijkteams

Als ouderen zelf vragen hebben of problemen willen aankaarten, dan is de weg naar de gemeente het gemakkelijkst te bewandelen via de sociale wijkteams. Daarvan werden er in 2015 acht, verspreid over Leiden, opgericht. “Altijd één bij u in de buurt,” vertelt de website. “En het is er altijd druk,” vertelt Gerda Schultz, van de gemeente Leiden. De promotie van de wijkteams was gedegen volgens Schultz, er werd in kranten over geschreven en er werd onder meer geflyerd in de buurten. Bij de wijkteams kunnen ouderen terecht met vragen over de zorg, ze kunnen er hulp krijgen met aanvragen, zoals die voor een scootmobiel, maar van Schultz mogen ze eigenlijk voor alles langskomen. “En anders kunnen ze het algemene nummer van de gemeente Leiden bellen.”

Maar over hoe goed deze wijkteams ouderen weten te bereiken, bestaat twijfel. De KBO, de laatste belangenorganisatie voor ouderen in Leiden, hield onlangs een enquête onder haar leden over de sociale wijkteams onder haar zevenhonderd leden. “En de kennis van ouderen over de sociale wijkteams was echt belabberd, veel mensen kennen ze niet,” vertelt secretaris Fieke Geijer. “Daar schrokken wij wel van.” Geijer ziet echter wel verschil tussen de ouderen in haar vereniging. “De ‘oude garde’, die durft niet te vragen. De jongere die zoeken het wel op op internet.” volgens Geijer ontbreekt het veel ouderen aan durf: “Ze hebben niet genoeg haar op de tanden om de gemeente te laten weten waar ze mee zitten.” En van het bestaan van de wijkteams, die toegankelijk ogen, weten ze vaak niet af.

Digitalisering

Het lijkt er dus op dat de sociale wijkteams de ouderen nog niet weten aan te spreken en te helpen en contact met de gemeente gaat verder steeds meer via de digitale weg. Een drempel voor veel ouderen, bleek uit onze eigen rondvraag onder Leidse ouderen. De onkunde als het gaat om het gebruik van internet en de angst voor nieuwe technologie blijken een grote drempel. Dat constateert Geijer ook onder haar leden, hoewel ze ook duidelijk verschil ziet. “De ene vindt het geen probleem, de ander moet er niets van hebben.”

Hoewel de gemeente steeds verder inzet op digitalisering en digitale afhandeling van aanvragen, is ze volgens Schultz ook voor de digibeet nog prima bereikbaar. “Je hebt natuurlijk ouderen die het niet kunnen, maar daar staan wij zeker voor open.” Voor hen is er de mogelijkheid om formulieren in de bus te krijgen, één belletje is voldoende, zegt Schultz. Hoewel op wijzelf op een druilerige maandagochtend al twintig minuten in de wacht stonden, op het algemene telefoonnummer van de gemeente Leiden. Een terugbelverzoek werd zes uur later ingewilligd. Dan maar even langs bij een van de sociale wijkteams? Natuurlijk, als ze die weten te vinden. “En een brief schrijven kan natuurlijk ook nog altijd.”

Cijfers over burgerparticipatie van ouderen in de gemeente Leiden waren niet beschikbaar, mede omdat er binnen de gemeente geen centraal aanspreekpunt lijkt te zijn als het gaat om burgerparticipatie. Dit artikel heeft een beeld willen geven van de huidige mogelijkheden van en drempels om te participeren binnen de gemeente Leiden.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s